De ontwikkeling van de Wageningse arbeidersbeweging is als het ware de spiegel van de economische ontwikkeling van de stad gedurende de 19e een 20ste eeuw. De opkomst en ontwikkeling van de vakbeweging loopt parallel met de opkomst en vaak ook ondergang van voor Wageningen belangrijke bedrijven en bedrijfstakken. Denk daarbij maar aan de baksteenindustrie, de sigarenindustrie en de grafische industrie. Met de teloorgang van deze bedrijfstakken verdwijnt ook een belangrijk draagvlak voor de industriële vakbeweging.
De ontwikkeling van de Wageningse arbeidersbeweging toont zowel qua tijd als in vorm belangrijke overeenkomsten met die van de arbeidersbeweging in andere delen van Nederland. Er is echter ook een atypische ontwikkeling. De aanwezigheid van een belangrijk en groot onderwijsinstituut met daaraan verbonden onderzoeksinstellingen in een naar verhouding kleine plaats, met een naar verhouding omvangrijk aantal ambtenaren en wetenschappers, geeft een geheel eigen karakter aan de Wageningse samenleving en daarmee ook aan de Wageningse arbeidersbeweging.